Thuiskomen | Mensen | Beelden | Contact

     

Betty De Wilde

 

De eeuwige jeugd van Juvenes

 

Betty De Wilde

 

Juvenes, ons eigenste jeugdcentrum, zag het daglicht in 1966 en is vandaag, in 2014, na 48 jaar werking nog steeds alive and kicking. Heel wat Zelenaars hebben er een deel van hun jeugd versleten en houden er een pak schone souvenirs aan over. Als ze samen met leeftijdsgenoten keuvelen over die tijd van toen begint het altijd met de vraag van ‘wittedanog’ en binnen de kortste keren passeren talloze stoten en anekdotes de revue.
Voor de meesten onder hen is Juvenes hun jaren stillekes waar ze nu met veel genoegen aan terugdenken. Voor één iemand is Juvenes haar leven geworden. Onze Mens van bij Ons, Betty De Wilde, zette haar eerste stappen in het jeugdcentrum in 1975 en nu 39 jaar later loopt ze er nog rond. Niet om te fuiven of aan den toog te hangen (alhoewel dat soms nog wel eens gebeurt), nee ze is in Juvenes één van de drie krachten die ervoor zorgt dat alles op wieltjes loopt.
Betty is 55 en ik vroeg me af hoe je als stevige vijftigplusser stand houdt tussen de jeugd van tegenwoordig. Een vraag die alleen zij kan beantwoorden en op een doordeweekse middag was ik welkom op Rinkhout.

Midden het braakliggend terrein van wat ooit den Alba was, staan nog enkele huisjes. In één ervan woont Betty. Een klein huisje met de klassieke beste kamer aan de straatkant en daarachter de huiskamer met een steile trap naar de bovenverdieping. De trap was blijkbaar iets te steil en ons Betty iets sneller beneden dan verwacht met als gevolg dat haar voet in een verband zit en ze dus enkele weken out is. Dat verband werkt echter niet op haar energie. Gedreven als ze is, doet ze me haar verhaal in ’t schoon Zils uit de doeken. Maar ze windt er geen doekjes om, klinkt het niet dan botst het, zo is Betty nu eenmaal en dat maakt haar schoon.

Jeugdfoto Betty met twee van haar zussen Monique en Anita  

Roots
Betty zette de eerste keer haar keel open op 18 oktober 1959. Ze komt uit een nest van acht kinderen. Haar ouders zijn Maurits De Wilde, bediende bij de CM en veel te vroeg overleden in 2000, en Andrea Haentjens, moeder aan de haard en een uitstekende haute- couturenaaister. Betty is de vierde in de rij: Jean-Pierre (1956), Patrick (1957-V1970), Monique (1958), Betty (1959), Anita (1960), Dirk (1961), Peter (1966) en An (1972).

Raar maar waar, zegt ze, we zijn allemaal thuis geboren behalve onze oudste, onze Jean-Pierre is in het moederhuis geboren. De zeven anderen zijn thuis geboren met dokter Van der Straeten en dokter De Man. Thuis dat was de Vanhesedreef. Het gezin De Wilde woonde in één van de laatste huizen van de Burgemeester Van Ackerwijk, maar het stond in een andere straat.

Monique, Anita en Betty in de kleuterschool

Jeugd
Als ik Betty hoor vertellen over haar jeugd dan moet dat een zalige tijd geweest zijn. Ja, vertelt ze, in de jaren zestig moesten de Bloemen- en Schrijverswijk nog uitgevonden worden. In de BVA-wijk was er een speelpleintje maar daar mocht je in feite niet spelen, lacht ze, want er stonden rozelaars. Wij hadden echter een heel groot speelplein: het veld. En wat we daar allemaal deden… voetballen, kaatsen, knikkeren, schuiven op ijsbanen en niet te vergeten vliegeren. Onze vliegers kochten we bij Katte, zegt Betty, 2 frank (5 eurocent) voor een kleine en 5 frank (12 eurocent) voor een grote. Het touw was erbij geleverd, enkel voor de grasdoddes moesten we zelf zorgen. En als ’t koren af was lieten we onze vliegers op. Ik denk met heimwee terug aan die tijd, mijmert ze. Maar ook op straat hebben we veel gespeeld want de Vanhesedreef was een erg rustige straat. Veel auto’s passeerden er niet en ’s morgens werd je wakker van de boeren met hun karren die hun melk kwamen leveren in melkerij De Rode Molen.
Bij ons thuis was het een beetje de zoeten inval. Onzen hof was niet aangelegd en daar mocht en kon veel. Dat wisten de kinderen uit de buurt en heel dikwijls hebben we vuurke stook gehouden en de pellepatatten waren verdomd lekker. Ook hadden we vrij snel een tv en op woensdagnamiddag was het bij ons dikwijls vollen bak want niemand wou toen nonkel Bob of Kapitein Zeppos missen.
  Nonkel Bob

Gezin De Wilde

Het gezin De Wilde. Vooraan Ann, moeder Andrea, vader Maurits en achteraan v.l.n.r. Jean-Pierre, Peter, Betty, Anita, Dirk en Monique

School & Werk    
Betty woonde op de Kouterparochie en dus was het logisch dat ze op de Kouter school liep. Ze startte in de kleuterschool van de BVA-wijk om daarna het lager te volgen in het Onze Lieve Vrouwinstituut. Ik herinner me nog goed die blauwe schorten die we moesten dragen, zegt Betty. Mijn grootste probleem was dat ik linkshandig was. Links schrijven in die tijd was uit den boze en tot in de tweede klas kreeg ik regelmatig een tik van de regel als ik toch mijn verkeerde hand gebruikte. Ze hebben zelfs mijn linkerhand nog vastgebonden zodat ik wel rechts moest schrijven. Dat was een echte ramp, zucht Betty, het was nog de tijd van de pen en de inktpot. Ik moet jou daar geen tekeninkske van maken dat dat ne grote knoeiboel was. Voor netheid heb ik nooit hoog gescoord. Gelukkig schreef de kinderarts in het derde leerjaar een briefje dat ik toch links moest schrijven. Ook aan al die breilessen houdt Betty weinig goede herinneringen aan over. Onderbroekjes, kousen breien was voor mij een echte hel omdat onze juffrouw geen links breiwerk kon opzetten. Gelukkig kon mijn moeder dat wel en produceerde ik te langen leste dan toch die onderbroek.
Na de lagere school heb ik nog twee jaar handel gevolgd en op mijn veertiende wou ik gaan werken, zegt Betty. Maar dat was thuis geen school. Ik bleef maar zagen en op een bepaald moment zei mijn pa: Trekt uwe plan maar gaan werken is niet meer pree. Een tante van mij werkte in den Beauty in het industriepark. Dat was een atelier van breigoedconfectie.
 

Ergens in oktober 1973 moet ik daar begonnen zijn, peins ik, zegt Betty. Met mijn blauw rokje en witte kousen trok ik de eerste dag op en ik was er meer dan een vreemde eend in de bijt. Alle meisjes die er werkten waren geschminkt, droegen nylonkousen… ik kwam in een totaal andere wereld terecht, een wereld die ik niet kende.
Die eerste dag is me allesbehalve bevallen. ‘k Heb zelfs ’s middags mijn boterhammen niet opgegeten, die heb ik na het werk over de haag van het kerkhof gesmeten. Maar ik had het lef niet, bekent Betty, om thuis te zeggen dat ik niet meer wou gaan. Op dat vlak ben ik toch wel een beetje koppig.

Ik denk dat ik daar een jaar of acht gewerkt heb, vertelt Betty. Iedere dag van kwart voor zeven tot kwart over vier. Ik leerde zo’n beetje van alles: cols op de truien zetten, mazen, knopen aanzetten, de verzendingen… Op vrijdag kon ik een extraatje bijverdienen door onze ateliers te kuisen en dat nam ik er maar bij. Al bij al was die pree gene vette, herinnert Betty zich, ik denk dat ik toen zo’n 6000 frank (150 euro) per maand verdiende. Op een bepaald moment kwam er een reoganisatie in het bedrijf. De afdeling in Zele werd opgedoekt en wie wou, kon mee verhuizen naar Sint-Niklaas. De meesten bedankten hiervoor en gaven hun ontslag en zo misten ze hun ontslagvergoeding waar ze toch recht op hadden. Ik was ook zo dom maar ik had op dat moment al een job in Juvenes op het oog.

Betty bij de Chiro  

Chiro
De Chiro was een groot deel van mijn jeugd. Ik was zes jaar toen ik de eerste keer naar de jeugdbeweging ging met mijn zussen. In het begin was dat in de Bovenschool en later zijn we verhuisd naar een deel van de Kapellemis in de Bookmolenstraat. In die tijd moesten we nog heel veel naar de kerk. Het lof op zondagnamiddag was zo’n vast gegeven en ook het feest van Kristus Koning was voor de Chiro heel belangrijk. Maar dat namen we er maar bij. Het leukste, zegt Betty, was gewoon samen zijn met anderen, spelen, competitie, knutselen, op tocht gaan en natuurlijk het niet te missen jaarlijkse kamp.

Ik heb alles doorlopen, gaat Betty verder, de speelclub, de kwiks, de tippers, tip tien, de aspiranten… en op mijn zestiende werd ik leidster en ik was negentien toen ze me groepsleidster bombardeerden. Tot mijn 28ste ben ik dat gebleven. Dat was een mooie tijd, mijmert Betty, er heerste een toffe sfeer.

In mijn jaren als groepsleidster heb ik heel veel steun gehad van Trees De Kimpe. Zij was de volwassen begeleidster van de Chiro. Trees kende ik al lang want ik was bij haar in de lering (voorbereiding van de plechtige communie) geweest. Als ik een probleem had, vond ik altijd een luisterend oor bij haar, het klikte echt goed tussen ons. Toen ik afgezwaaid was, ging ik nog jaren mee op kamp als kookmoeder. Al bij al, zegt Betty, was Chiro een mooie tijd. Een jeugdbeweging vind ik erg belangrijk, ik heb daar enorm veel geleerd. En ik niet alleen, ik zie dat aan de jongeren of ze bij een jeugdbeweging geweest zijn of niet. Jammer genoeg bestaat onze groep van Zele-Centrum niet meer, zegt Betty.

Juvenes    

Betty’s verhaal in Juvenes begint in 1975. Vroeger moest je zestien zijn vooraleer je in het jeugdhuis binnen mocht. Ja, zegt Betty, en daar waren ze vrij streng op. Op mijn zestiende werd ik lid en vrij snel engageerde ik me in van alles en nog wat. Ik zat in de kern, in de jeugdraad en ik speelde ook volleybal.

In 1981 zocht men in Juvenes iemand in het kader van een BTK-project (Bijzonder Tijdelijk Kader, om werklozen aan een job te helpen creëerde men eind jaren zeventig, begin jaren tachtig tijdelijk functies bij de overheid of bij instellingen van openbaar nut in de sociaal-culturele sector). Dat leek me een droomjob, zegt Betty nu zovele jaren later. Er was alleen één probleem: je moest minstens twee jaar stempelen wilde je in aanmerking komen voor zo’n BTK-betrekking. Uiteindelijk werd er toch een mouw aangepast en is dat toch in orde gekomen: ik kon aan de slag in ons jeugdhuis. Juvenes huisde toen nog op de Markt en Marc Van Cauteren was PV (permanent verantwoordelijke) en zijn broer Toon secretaris. Ik kreeg een fulltime job en het grootste gedeelte ervan was instaan voor het onderhoud.

 

Maar, vult Betty aan, ik deed veel meer dan wat ik moest doen. Naast de kuis stond ik ook op dinsdagvoormiddag en -avond achter den toog, hielp affiches ontwerpen voor activiteiten en ook met de verfborstel heb ik heel wat ruimtes een nieuwe look gegeven. Ik zat er om het in ’t Zils te zeggen gezoeën e gebroan. Mijn ma zei dikwijls: ‘Ge zou er beter gaan wonen’ en het is nog gebeurd dat ze me een test eten brachten van thuis.
De tijd op de Markt was een heel toffe tijd. Het gebouw van het vroegere warenhuis Zela was een echte doolhof, herinnert Betty zich. Beneden had je een grote instuifruimte maar boven was het een wirwar van kamertjes waar alle clubs en werkgroepen hun vaste stek hadden. Je had het secretariaat , de uitleendienst met de LP’s, de singlotheek, de stripotheek, een crearuimte, de donkere kamer van de fotoclub en natuurlijk ook Radio U.F.O. De radio zond maar live uit vanaf 16 uur, dus moest ik ’s morgens de banden aanzetten zodat er ook overdag muziek te horen was. De radio was gestart in 1982 en in 1987 werd radio U.F.O. de mond gesnoerd toen de B.O.B. (Belgische Opsporingsbrigade) heel de boel in beslag nam.

Hierboven zie je het gebouw op de Markt.

Rechts het tijdelijke onderkomen in Café Sportwereld in de Roskotstraat en uiterst rechts een beeld van café Het Hert in de Kloosterstraat dat plaats moest ruimen voor de nieuwbouw.

 

 
Juvenes in opbouw  

Huisvesting
Juvenes is in 1966 gestart in De Zeven op de Koevliet. Toen het (eerste) grootwarenhuis van Zele, de Zela, haar deur sloot in 1971 verhuurde eigenaar Joseph De Bus het pand op de Markt aan Juvenes. Dat liep goed tot de familie De Bus in 1984 het huurcontract wou verbreken omdat ze zinnens was om er appartementen op te trekken. Ja, zegt Betty, dat waren erg spannende jaren.

We waren verplicht uit te kijken naar een nieuwe locatie maar dat was niet zo simpel. Verschillende mogelijkheden werden overwogen en uiteindelijk werd het, café Den Hert in de Kloosterstraat. Maar, voegt Betyy er aan toe, Den Hert was echt bouwvallig. Dat betekende een nieuwbouw en het tweede probleem was voor de tijd van de bouwwerken een onderkomen te vinden voor Juvenes.

Na veel vieren en vijven vonden we onze tijdelijke stek in Café Sportwereld, de vroegere café van Remi Eeckman zaliger. Tot in april 1987 hebben we op de Markt gezeten en dan zijn we verhuisd naar de Roskotstaat. Die jaren op de hoek van de Langestaat waren geenszins de topjaren van Juvenes, vervolgt Betty, we hadden toen nog een harde kern van zo’n 50-60 mensen. Maar toch probeerden we te roeien met de riemen die we hadden. We probeerden creatief te zijn in de activiteiten: marrebollen op straat, een barbecue… En achteraf bezien, was dat best een leuke tijd.

Koken kost geld en bouwen nog veel meer. ‘S.O.S Red Juvenes’ werd onze noodkreet. En langs alle kanten zocht men geld om de nieuwbouw te financieren, vertelt Betty, er kwamen giften, er werden aandelen verkocht, leningen tegen een lage rente maar ook wij als jeugd organiseerden heel wat: de memorabele kruiwagenraces, de streekbieravonden, benefietavonden… Een mooie opsteker was toen Joris Vereecken deelnam aan de ‘Pak de Poenshow’ en zo maar eventjes 475 000 frank (11 875 euro) voor Juvenes binnenrijfde. Ook bij de afbraak en de nieuwbouw waren er veel vrijwilligers die zomaar een handje toestaken. In augustus 1989 hebben we dan onze nieuwbouw officieel geopend met veel toeters en bellen.

Werk    

Het jeugdhuis wordt geleid door een permanent verantwoordelijke bijgestaan door iemand die het secretariaat bemant (M/V). In die 33 jaren heeft Betty al heel wat volk zien passeren in Juvenes. Ze is gestart onder Marc Van Cauteren en nu staat Pieter Dubois aan het roer. Doorgaans, zegt Betty, blijft een P.V. slechts enkele jaren om dan door te groeien naar een andere job. In mijnen job ligt dat anders, zegt Betty,

 

ik zorg voor het onderhoud, doe alle bestellingen van drank en dergelijke, controleer de stock, zorg voor het materiaal en zoek sponsoring als het nodig is. Daarnaast hou ik het jeugdcentrum open op dinsdagvoormiddag en eenmaal per maand organiseer ik op zondagvoormiddag de kaarting wiezen. Den tap wordt meestal gedaan door vrijwilligers en die organisatie nam ik vroeger voor mijn rekening.

Kruiwagenkoers

 

kruiwagenkoers

In de jaren tachtig werden verschillende kruiwagenraces georganiseerd om geld in het laatje te brengen.

Overleven    

Ik zie mezelf met de beste wil van de wereld als stevige vijftigplusser niet meer meedraaien in een jeugdhuis. Hoe speel jij dat klaar? vraag ik Betty. Ik ben er natuurlijk in gegroeid, antwoordt ze, maar toch moet ik af en toe de knop wel eens omdraaien en mijn verstand op nul zetten om te overleven. Muziek, om maar iets te noemen, zegt Betty, is doorheen al die jaren serieus geëvolueerd. Wij genoten in onze jeugd van de kleinkunst, klassiek, pop maar dat ligt mijlen ver van de keuze van de jeugd van tegenwoordig. Ik heb in al die jaren heel wat muziekstijlen zien passeren: pop, rock, hardrock, metal, punk, funk… noem maar op. Ik kan niet zeggen dat ik die allemaal kan appreciëren maar je moet nu eenmaal mee met je tijd.

 

Gelukkig mag ik zelf de muziek bepalen op de momenten dat ik achter den toog sta, meestal op dinsdagvoormiddag met de markt.

Maar, voegt Betty er aan toe, als ik dat reclamespotje om melk te promoten op tv zie met dat dansend koppel, dan vraag ik me af welke muziek ze binnen veertig-vijftig jaar in het rusthuis gaan draaien. Wellicht zullen ze niet veel meer horen. De jeugd van tegenwoordig loopt altijd met zo’n Ipod op hun hoofd, als ze naar school gaan, als ze lopen, sporten…

Nee, zegt Betty, ik hou van muziek, maar daar bedank ik echt voor.

Volksspelen in de Roskotstraat   Betty met Johan Verminnen   De levende kerststal op onze kerstmarkt
Volksspelen in de Roskotstraat
Betty met Johan Verminnen
De levende kerststal op onze kerstmarkt
Evolutie    

Dat de jeugd in al die jaren veranderd is, da’s duidelijk gaat Betty verder. Ik kom nog uit de tijd dat we brosten in de mis en dat uurtje naar Juvenes trokken. Je moest dan thuis wel kunnen vertellen wie er gepreekt had maar daarvoor hadden we onze informatiekanalen. Toen de punk zijn intrede deed kwam de jeugd proper uitgedost binnen, trok naar de wc en zette daar hun haar recht met zeep. Voor ze huiswaarts trokken hadden ze terug hun ‘normaal’ kapsel.
Iedere tijd heeft zijn charme, vervolgt Betty, maar onbewust vergelijk je wel eens met vroeger en eigenlijk mag je dat niet doen. Is de jeugd in al die jaren veranderd?, vraag ik haar. O, antwoordt Betty resoluut, zeker en vast. In onze tijd heerste er meer een ‘wij-gevoel’, nu is dat veel minder. Mijn gsm, mijn ipod… Ze denken niet verder dan hun neus lang is. Als ze binnenkomen bestellen ze voor zichzelf een pintje, dat was bij ons niet waar. Wij trakteerden de anderen en als iemand slecht bij kas zat, sprongen we bij. Zo was dat. Mijn generatie was meer idealistischer en onze inzet was gratis, belangeloos en voor niets. Nu krijgen de tappers een vrijwilligersvergoeding want anders vind je geen tappers meer. En hoe je het ook draait of keert, we hebben vrijwiligers nodig want anders moeten we de boel sluiten.

 

De drie beroepskrachten vormen het kader, maar de rest wordt gedragen door de jeugd, Juvenes is van hen en bij velen is er echt nog goede wil.
Wat me ook opvalt, zegt Betty, is dat ze minder zorg dragen voor het materiële. En als het moet, spreek ik hen daar op aan. Regelmatig komen ze me zeggen: je hebt de complimenten van mijn vader of moeder. Van de meeste jongeren zou ik de moeder kunnen zijn. Als het over zijn hout gaat, berisp ik hen. Maar, voegt ze eraan toe, ik ergerde me vroeger meer dan nu, doorheen de jaren word je milder alhoewel ik soms nog wel eens scherp uit de hoek kan komen. Ik probeer altijd streng maar rechtvaardig te zijn.
In die 33 jaar dat Betty actief is in Juvenes heeft ze ook heel wat mensen zien passeren: pv’s, secretarissen maar ook de beheerraad werd constant verjongd. Deze bestuursgroep moet er op toezien dat alles van een leien dakje loopt. Betty bekent dat het niet altijd even makkelijk was en is. Andere bazen, andere wetten geldt ook voor Juvenes. Aan één iemand heeft ze heel goede herinneringen: Piet Certyn. Piet heeft enorme verdiensten voor Juvenes, zegt Betty, en bij hem kon ik met veel terecht. Ik mis zijn steun en goede raad.

  v Betty aan het opruimen   Betty verkleed als clown in The Muppetscircus
In 1997 wist Peter De Waele de VRT te strikken om Juvenes als locatie te gebruiken voor een dubbelaflevering van Heterdaad. Betty voorzag de crew van drank en na drie weken werd ze hiervoor in de bloemetjes gezet.
En ook opruimen hoort erbij!
Betty verkleed als clown in The Muppetscircus
Midlifecrisis    

In het najaar van 2004, even voor Betty 45 werd, voelde ze zich niet goed. Ze was altijd moe. Hier klopte iets niet, vertelt Betty. Ik dacht dat ik wat te veel hooi op mijn vork had genomen of zo. Bij mijn huisdokter liet ik mijn bloed onderzoeken en een dag later viel het verdict: ik had een vorm van bloedkanker, lymfoom. Dat was ne klop op mijne kop. Ik ben toen onmiddellijk opgenomen in het ziekenhuis, eerst in Dendermonde en later in het UZ. Ik heb veel bewondering voor professor Janssens, zegt Betty, ik ben haar heel dankbaar. Zij zei heel eerlijk tegen me: het is erop of eronder. De behandeling en de operatie sloegen aan, ik had geluk.

 

Het moment dat ze je dat vertellen, staat je wereld wel even stil, bekent Betty. Ik heb me er rap bij neergelegd en heel de zaak optimistisch bekeken. Je moet er gewoon door en het is me gelukt. Het is nu tien jaar geleden en bij de laatste controle was alles oké. Ik ben toen een aantal maanden thuis geweest en ook al had ik een jaar ziekenverlof gekregen, na zes maanden ging ik halftime terug aan de slag. Ik werd gewoon gek tussen mijn vier muren, ik moet gewoon mensen zien. Die ziekte heeft me wel anders tegen het leven doen aankijken. Ik pluk de dag en probeer van iedere dag het beste te maken én er van te genieten!

Hobby’s    

Is er nog een leven naast Juvenes?, vraag ik haar. Vroeger, zegt Betty, was ik bij de volleybalploeg van Juvenes en bij de Chiro en was ik een echte uitgaander. Dat deed ik allemaal erg graag. Nu doe ik het wat rustiger aan. Ik hou van film, theater en muziekoptredens en regelmatig trek ik er een avondje op uit. Daar kan ik echt van genieten. Verder maak ik enorm graag foto’s. En in mijn vakantie trek ik er steevast op uit. In de paasvakantie was ik op Terschelling en in de zomervakantie ben ik gaan wandelen in de Alpen. Wandelen in de bergen vind ik echt de max. De foto’s aan de muur kunnen dit enkel beamen.
Ik ben nog een tijdje politiek actief geweest. In 1982 hebben we met een groepje van de Kouter het Zeels Alternatief opgericht. We trokken met 12 kandidaten naar de gemeenteraadsverkiezingen, maar heel veel succes hadden we niet. We hadden geen enkele verkozene. Toen Paul en Jozef Van Kerckhove zich van de CVP afscheurden na de gemeenteraadsverkiezingen hebben we samen met hen de ZCD (Zeelse Christen Democraten) opgericht. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1988 trok de ZCD samen met de ZB (Zeelse Belangen) met één lijst naar de kiezer en ik werd zes jaar lang OCMW-raadslid. Van 1989 tot en met 1994. Toen ik ziek werd, heb ik een punt achter de politiek gezet. Maar al bij al vond ik dat een toffe tijd, besluit Betty.
En nog altijd single? vraag ik haar nieuwsgierig als ik ben. Ja, zegt ze, nog altijd. ’t Is gelijk dat uitkomt. Ik heb wel een goede reisgezel en dat klikt goed tussen ons. Het voordeel van niet gebonden te zijn is dat je staat en gaat waar je wil en na 55 jaar ben ik dat al goed gewoon. Maar veel alleen ben ik nooit.

55
Betty is halverwege tram 5. En? vraag ik haar. O, antwoordt  ze, ik voel me nog altijd goed in mijn vel en ik doe mijn werk nog altijd graag. Eens je een bepaalde leeftijd hebt, kom je in aanmerking voor arbeidsduurvermindering en dat vind ik wel leuk. Ik ga normaal iedere voormiddag naar ’t jeugdhuis en zorg dat alles waarvoor ik verantwoordelijk ben, in orde is. De meeste namiddagen ben ik thuis en dat is wel plezant. Met mijn twee collega’s klikt het goed en we zijn heel flexibel om bepaalde shiften eens te wisselen. Zoals ik nu werk, zie ik me dat gerust te doen tot mijn pensioen. Op 65? vraag ik haar. Ik hoop van niet, zegt ze eerlijk, maar ja in deze tijden van pensioenhervormingen weet je maar nooit. Je moet niet vergeten dat ik al 41 jaren op mijn teller heb staan. Als iedereen zo lang werkt… Mocht ik ooit met pensioen gaan, ga ik me zeker voor een of andere zaak inzetten. Een hele dag tussen vier muren is echt niet mijn ding.

  Betty op stap in de Alpen

We zullen doorgaan
Dat lied van Ramses Shaffy is misschien een beetje haar lijflied.
Ondanks het feit dat ze (bijna) een oma-leeftijd heeft, blijft ze doorgaan.
Doorgaan met onderhoud, met de logistiek, met ‘barmoeder’ te spelen, 
met kaartingen te organiseren, met te koken, met tijd te maken voor de jeugd van Juvenes.
Misschien krijgt ze niet altijd de pluimen die ze verdient want veel van wat ze doet, gebeurt achter de schermen.
En toch doet ze voort!
Betty heeft van haar hobby haar werk gemaakt.
Doorheen de jaren is ze  het boegbeeld van Juvenes geworden, de rots in de branding,
een levende Juvenesencyclopedie of… de eeuwige jeugd van Juvenes.

Betty, voor al wat je deed en doet, heb ik maar één woord: CHAPEAU!

Bedankt voor den toffen babbel en ‘t Duvelke!

Mark De Block
12.10.2014


© Mark De Block

Thuiskomen